Bevroren geluk:

“Kom Tom even snel plassen.”

En anderhalf uur later staan we weer waar we begonnen, in de woonkamer.

Het kan soms raar lopen.

Als ik opsta kijk ik naar buiten en zie dat alles wit is. Eindelijk is de vorst daar! Met enige tegenzin stap ik het warme bed uit en de koude kleding in. Pak mijn warmste jas van de kapstok en stap samen met Tom de ijskou in. En toegeven de eerste 5 minuten zijn even doorbijten, het is koud met een uitroepteken. Vooral omdat het al heel lang niet meer echt koud is geweest waardoor het echt even wennen is dat het zomaar ineens weer eens winter is.

Echter eenmaal door de kou heen is het zo heerlijk buiten. De wereld ziet er helemaal anders uit onder dit dunne laken van de nachtvorst. Het water waar normaal gesproken eenden en waterhoentjes zwemmen is nu bedekt met een laagje ijs. De vogels scholen nu samen rond de eilandjes waaromheen nog een klein randje water staat. Af en toe zie je een dappere dodo die voorzichtige stapjes op het ijs waagt. Het ziet er koddig uit die eenden die waggelend en struikelend zich op het ijs wagen.

Tom neemt het ervan. Om een voor mij onbekende reden ruikt de wereld heel anders als het gevroren heeft. Dus sta ik regelmatig eindeloos stil omdat hij nu echt een zeer interessante pagina in de ochtendkrant moet lezen.

Op het losloopveldje mag hij van mij los. Het voordien bedachte plan om daarna snel weer de verwarming op te zoeken veranderd spontaan. Hij heeft het zo naar zijn zin op de koude en witte veld dat we er nog een stukje park aan vastplakken. En nog een stukje….en nog een stukje.

Mensen op fietsen en brommers die dik ingepakt zijn. Mutsen, sjaals en dikke jassen. De strooiwagen blijkt ook langs te zijn geweest. Musjes die druk heen en weer vliegen en de lucht die naar kerst ruikt. Ja het is zomaar ineens een dagje echt winter. Heerlijk!

Na ongeveer een half uur lopen stoppen we even op een veldje en tot Tom’s grote geluk en plezier komt er een vriendje van hem aanrennen. Ook vriendje heeft het uitstekend naar zijn zin in de kou. Samen rennen ze een paar rondjes en maken daarbij herrie alsof ze de grootste vijanden zijn. “Voor mensen die geen honden gewend zijn ziet dit er vast uit alsof ze ruzie maken” bedenk ik me ineens en moet wat grinniken.

Met dat ik dit dacht spreekt het baasje van de andere hond exact die gedachte uit.

Hoe heerlijk het ook is buiten, om lang stil te staan is het toch echt te koud. Wij baasjes zeggen elkaar gedag en lopen in tegengestelde richting weer weg. Wederom was het plan om de kortste route naar huis te pakken. Maar aangezien plannen bestaan om te wijzigen loop ik braaf achter mijn genietende hond aan die prima weet hoe hij mij moet bewerken zodat hij nog even buiten mag spelen.

En zo werd een wandeling die bedoeld was om niet langer dan 15 minuten te duren ineens een wandeling van anderhalf uur. Hondje is bij thuiskomst gelukzalig op zijn kleed in slaap gevallen. Zelf heb ik een fikse bak thee gezet en genoten van de 7 kilo puur geluk op mijn bank.

Dan besef ik me hoe bevoorrecht je bent als je een hond hebt. Zonder hond was ik nooit naar buiten gegaan, nooit in het park terecht gekomen. En had ik dus niet geweten hoe zalig het eigenlijk was. Hoe grappig die eenden waren, hoe gezellig de kwetterende musjes en hoe fijn het geluid is van het knisperende gras onder je voeten.

De grens om naar buiten te gaan is soms best hoog, maar de beloning die je ervoor krijgt is vele malen groter dan dat!

Martine v Ouwerkerk

Comments are closed.