Moe maar voldaan:

Het is een uur of 8 in de ochtend als ik wakker word. Hoewel ik eigenlijk te kort geslapen heb dwing ik mezelf toch om op te staan. Het is eindelijk lekker weer, na dagen van wind en regen zie ik door de rolluiken nu een klein spoortje zon schijnen. En die kans laten wij niet voorbij gaan!

Mijn wattenhoofd zet ik even onder de douche en het opgewekte enthousiaste hondje wat om me heen huppelt doet de rest. Voor half 9 lopen we al buiten. We begeven ons richting een meer waar je zalig omheen kan lopen.Bijna slenterend bewegen we ons voort. Tom wil elk grassprietjes besnuffelen en tegen elke boom moet ie plassen. En aangezien we niks als tijd hebben gaat ie zijn gang maar. Af en toe kijk ik even om me heen maar er is niemand te bekennen. Het heeft zo zijn voordelen die kindervakanties, de meeste mensen lopen dan toch net iets later buiten en dat komt ons prima uit!

Eenmaal de bocht om naar het meer komt het strand al in zicht. Tom vind strand helemaal leuk. Zodra hij zand onder zijn voetjes voelt gaat ie rennen en wil hij mij uitdagen. Verwoed zoekt hij naar een stok of een bal of iets waar hij mee kan spelen. En dat is het leuke van strand, daar ligt ook altijd wel wat. In dit geval komt hij met een kinderschepje aanrennen. Geen idee waar hij dat gevonden heeft maar hij is zo trots op zichzelf dus vooruit dan maar. Hij gooit het in de lucht en vangt het weer op. Het word voor mijn voeten gegooid en door wild geblaf word mij gevraagd of ik het alsjeblieft weg wil gooien. Als goed opgevoed baasje doe ik dat uiteraard. Na een minuut of 10 is de interesse in de schep afgenomen en richt hij zijn aandacht op het zand…graven!!! En dat kan hij dan ook heel goed. In tijd van niks heeft ie al goede vorderingen gemaakt met zijn tunnel richting China.

Ik ben er even bij gaan zitten en geniet van een hondje wat het naar zijn zin heeft. In de verte komen er nog wat mensen aanlopen met wat honden. En ook die honden gaan helemaal los zodra ze zand voelen. Tom vind het aanzicht van die meute honden erg spannend dus wij verhuizen van het zand naar een groot grasveld naast het strand. En ook dat is weer feest. Het gras word omheind door een soort dijk met gras begroeid. Hij krijgt het op zijn heupen en rent de heuvels op en af om daarna wat achtjes op het gras te rennen en weer een heuvel op te schieten.

Ik sla het tafereel eens gade en vraag me af waar hij de energie vandaan haalt zo op de vroege morgen. Nadat hij een keer of wat heen en weer gerend heeft breek ik het af en lopen we het laatste stukje naar huis. Om daar te komen moeten we nog over een schelpenpaadje wat nu 1 grote modderbende is.

Tom zijn tong hangt inmiddels voorbij zijn enkels. Na het modderpad sjokt hij als een hoogbejaarde ver achter mij mee. De 2 honden die we tegen komen ziet hij volgens mij niet eens, en ook de reiger die op visjacht is word genegeerd. Ik trek dus maar de conclusie dat ik een moe hondje heb.

Met het huis eindelijk in zicht komt trekt hij een sprint en gaat hij bij de voordeur zitten. Nadat zijn poten zijn schoongemaakt loopt ie in 1 streep naar zijn kussen en valt met een diepe zucht in een diepe slaap.

Als ik op de klok kijk zie ik dat we anderhalf uur onderweg zijn geweest. En aangezien het er voordien niet van kwam ga ik nu eindelijk maar eens ontbijten. Moe maar voldaan noemen ze zoiets geloof ik.

Martine v Ouwerkerk

Comments are closed.